Blijf binnen

Hij rammelt aan de poort, zij gaat onverstoorbaar verder en schenkt de aandacht in een lacherig geluid. Er druipt terloops wat kaarslicht van haar kandelaar, onhandelbaar en schichtig naar het einde van hun schaduw, ruw schetsend op de wand, om te verzanden aan de rand van zijn gezicht.

Het oversteeg ook ruimschoots de verwachting, voor het verzakte in het diepe avondrood. De hoop vervlogen uit haar woorden, gebroken in de handen verzuchtend rustend op zijn schoot. Hij had haar lief in al zijn levens, en gaf tevreden ook zijn laatste in een overhaast besluit dat zich ruiterlijk verbaasde. Doch maakt het niets meer uit.

Daar de gunsten van het uur zich niet verder strekten, de gangen slapen zacht als de vertrekken leeg gerekt in onschuld wachten op wat er te gebeuren staat. Het mateloze ritme van het kleuren in de leegte en de streken op het doek dat dikwijls valt als de wegen hem verblinden.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie