Droomt

Er is geen tegenwind aan deze kusten, geen lust ter belasting of een einde aan dit gelijk, hij steekt zijn handen in de lucht en wijkt niet voor de klappen van de zweep. Met zijn hakken in het zand dweept hij nog over nachten aan haar schouder, louter uit geluk en weer iets ouder.

Met de resten van een droom onder het tapijt geschoven snuift hij het morgendauw van de groene velden, met helden uit een vorig leven. Heel even alleen voor de geloven die hij onderhouden wil, in doodse stilte.

Nu het blanke laken naar haar bekken is gedaald en de verhalen zijn vertaald in een groter plan kan hij de horizon verkennen. Het rennen staken nog voor hij valt. Voor de drang naar meer, voor de verkeerde redenen en het zeer dat het hem gaat spijten.

De blijde lag zo ver van hier verscholen aan het riet, in het verschiet de ontwapening van lijf en leden. De nodeloze zeden listig verkwist, hij mist hen niet in het hier. Zij bleven dierlijk en ook daar, waar hij later zeker nog zal komen.

Geen vroom vertelsel over nachten en het pracht en praal dat blinkend schijnt, geen wijn uit zure zakken. De gedachten gaan uit naar hen die zij moeten missen, en de lessen die zij krijgen gaan. Zij bestaan en hij wil ze blijven achtervolgen.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie