Hoofdzaak

Hij gelooft in de waanzin die hij uitspreekt, in de beelden die hij tekent in de velden aan zijn voeten. Hij gelooft in het moeten en het doen, in fatsoen en ook mag ik alstublieft.

Goedendag en tot weer ziens.

Zij verdient niet de gekte en het gebrek, de trekpoppen in de kasten van de kamer, ook geen hekken om het hart.

Zeker niet gewoon omdat het kan.

Hij gelooft weer in wat komen gaat, als op straat de meningen bloeien en de goeden zo kwaad de handen ineen slaan.

De hanen kraaien naar laaienlichters en staan vooraan. Hij gelooft nog in haar, als zij rondwaart in het peinzen over toen en later.

Hij staat er soms even niet bij stil, wil ook dat moment liever nog bewaren tot zijn hand weer door haar haren strijkt.

Zo weet hij zeker dat er geleefd mag worden en de tijd die hem vergeven is verweven is met de hare in zijn hoofd.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie