Ouderwets

Er is niet zoveel verandert, het weer, de koude handen, maar je weet ook hoe dat gaat. De laatste die klaagt en de eerste die waagt met vaak veel meer vragen dan een antwoord. Hoop dat daar nog immer gloort, aan de horizon.

Het kon dan vast niet anders, onverstandig of onbevreesd, beleefd van afkomst maar te laat voor het feest. De vaten waren leeg en ook de toegift was geweest, de kaarsen roken doof terwijl de vloer wordt geveegd.

Op straat jaagt de regen met haar glinsterende hinder, de kat interesseert het minder en spint garen bij haardvuur. Ook op dit uur is niets te dol. Hij volgt de wijsheid tot waar zij hem leidt alvorens in zijn rede te vallen.

De warmte kalm, en gelukkig.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie