Niets dan niets

Hij mist haar, zwaar en moedig tegelijk, het blijken zal hij later leren, de eer en het geweten vreten tot die tijd zijn schedel leeg. Het ontsteeg geen moment de drammerige stilten en zweeg harder dan hij hebben kon.

Het begon zo mooi.

Als hij weer een dag optelt bij wat hij wil vergeten, de treden sleets en de regen steeds dieper.

Er is vast ooit wel een reden te bedenken, een antwoord op de wenken die zo verlaten de gaten vullen, verhullen dat het bloeden niet te stelpen is, hij niet te helpen is of ook maar anders heeft gekund.

Hij sluit zijn ogen voor het donker, en lonkt haar aan zijn hand.

Hij weet dat hij niet terug kan, al is het verlangen niet bang maar toch onzeker over wat nog komen gaat, als hij aan het dromen slaat en niet ontwaken wil. Stil en gevangen in de kille dagen die de rest bepalen, de prijs betalen van het falen dat al vaststaat.

Mateloos en onbevangen, de wrange nasmaak van de warme armen om zijn middel.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker, Uncategorized en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie