Alles =1

Hij weet, het gaat uiteindelijk voorbij, de vrijheid krijgt vleugels als de teugels vieren en zij met hun laatste groet de stoet versieren. Niet dat het uit zal maken, de lakens kraken, het pak nog even strak als toen, en een schoen die wringt. Hij verzint dat hij haar zag nog voor de dag die nu aanbreekt, verbleekt en grijs als zand door zijn handen.

Hij verandert niet meer, te zeer en te stram in lijf en geleden, de zeden te zwaar en de reden vergeten. Heel even en dan keert de rust, terug aan de kust en onder de golven die zwijgen als lustend naar stormen kolken. In vormen vol koppig geklater en later steeds weer.

Hoezeer hij wenst en wil, in stilte kil en koud als hout dat doof de winter toelaat, het vergaat als eenieder, verschoten en verdrietig als ook minstens onvolledig, onkwetsbaar en nietig. Tot alles is 1.

& Altijd alleen.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie