Massa Traagheid

Zo onbegrepen in het niet, zo leeg en alleen het riet dat naar hem wuift. Hij schuift op zijn stoel, rusteloos maar koel steeds wat verder weg. Met rechte rug en stug gebogen over de eindeloze poging naar verstaan.

Het huilen naar de maan dat hij niet afleert, en alles dat verkeert in alle staten en verweerd afglijdt in de tijd die rest terwijl de gaten blijven groeien. Er bloeien witte rozen in de tussenpozen van zijn bestaan, geen haan die daar naar kraait.

Dagen vlechten zich aaneen zonder richting en het zere been waarop hij steunen mag, waar hij lacht om haar gevolgen.



Dit artikel is geplaatst in Uncategorized. Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie